Erfelijke aandoeningen:
Polycystic Kidney
Disease (PKD)
Als kattenliefhebber
heb je waarschijnlijk reeds gehoord van de ziekte PKD waarop een raskat getest
dient te worden vooraleer je ermee kan gaan kweken. PKD is de afkorting voor
Polycystic Kidney Disease, Kidney = nier, Cystic = cysten of bolletjes. Zeer
eenvoudig uitgelegd heeft een kat met PKD bolletjes in de nieren.
Katten met PKD,
Polycystic Kidney Disease, hebben verschillende cystes (vochtbolletjes)in één of
beide nieren. Naarmate de kat ouder wordt, worden deze cystes groter, ze
verdrukken hierdoor het gezonde weefsel en verminderen de nierwerking. Meestal
worden de klachten pas op latere leeftijd, 6 à 7 jaar, duidelijk.
De nieren spelen
een belangrijke rol bij de verwerking van afvalstoffen geproduceerd door het
lichaam. Nieren hebben een filterende functie in de stofwisseling en spelen
daarnaast een rol bij de aanmaak van rode bloedcellen, de bloeddrukregeling, het
op peil houden van het vitamine D-, calcium- en kaliumpeil in het bloed, het
behoud van de zuurtegraad ...
We spreken van
chronisch nierfalen wanneer de nieren gedurende een langere tijd niet goed
werken. (CNF). Dit kan alleen worden vastgesteld via een urine- en
bloedonderzoek naar de ureum en kreatinine waarden (dit zijn uitgescheiden
afvalstoffen). Verhoogde waarden kunnen duiden op CNF, maar ook op acuut
nierfalen, een lage bloeddruk of plasproblemen. Er dienen dus nog andere
mogelijkheden uitgesloten te worden om uitsluitsel te kunnen geven of de
oorzaak.
Symptomen kunnen
zijn:
- sloom zijn
- slechte eetlust
- vermageren
- meer gaan plassen
- bloedarmoede
PKD kan in een
vroeg stadium worden vastgesteld door middel van een echo. Hiervoor dient de kat
in kwestie minstens 6 maanden oud te zijn om een betrouwbare uitslag te kunnen
geven. Hoe ouder de kat, hoe zekerder men is over de uitslag. De echo dient men
jaarlijks te herhalen. Een alternatief is een DNA test, deze dient slechts
éénmaal uitgevoerd te worden.
Er bestaat geen
volledige genezing, een aangepast dieet kan er wel voor zorgen dat het lichaam
minder afvalstoffen produceert. Het dieet bevat minder eiwitten en fosfaten. Het
toedienen van vitamine D en stoffen ter voorkoming van het opnemen van fosfaten
kan afhankelijk van de situatie helpen. Let op, ga steeds naar de dierenarts,
afhankelijk van de situatie kan een behandeling helpen of het slechter maken.
Waar er bij
mensen met CNF dialyse of transplantatie een oplossing is, wordt dat niet gedaan
bij huisdieren. Voor deze dieren zijn zulke ingrepen zeer zwaar en ook zeer
duur.
PKD is genetisch
bepaald en wordt veroorzaakt door een fout in het DNA. Het is dus erfelijk
bepaald. Een kat kan PKD ontwikkelen door overerving van één van de ouders.
- pkd1/pkd1 = vrij
van PKD
- PKD1/pkd1 = de
kat is PKD lijder of kan PDK doorgeven aan zijn/haar kittens.
-
PKD1/PKD1 = dit
duidt op een dodelijk afwijking. De kittens zouden al overlijden bij als embryo
of bij de geboorte.
De rassen waarbij PKD voorkomt zijn : de perzen, exotic, birmaan, ragdoll,
showshoe, turkse van en scottish fold. Andere rassen zijn niet PKD vrij, maar de
kans erop is kleiner.